De Veer

Ik heb de ‘veer’ overgenomen van Frank de Ruig. Frank begint zijn betoog met de stelling dat iemand die niet in Heeg geboren is, kennelijk nooit een Hegemer zal worden. Nou, dat valt mee. Ik kwam tijdens een wandeling een tweetal Hegemers tegen en vroeg een van hen of hij, als geboren en getogen Hegemer, de veer van mij over wilde nemen. Dat is er niet van gekomen, maar beide heren zeiden vol overtuiging: “Do bist toch ek in echte Hegemer”. Nou, dat is niet helemaal waar. Ik ben maart in 1960 geboren in Woudsend. Heit was daar werkzaam als kaasmaker op de zuivelfabriek. Die werd in 1965 gesloten en het personeel werd over verschillende fabrieken in de buurt verdeeld. Wij kwamen naar Heeg. Van 1965 tot ’71 woonden wij achter it fabryk. Er stonden toen, naast de huizen langs de poel, nog 2 huizen met uitzicht richting Lytshuzen. Voor ons als opgroeiende jongens een geweldige plek om te wonen. Rondom de fabriek was alle ruimte om te spelen en er was altijd wel wat te beleven. Wij liepen regelmatig in en uit de fabriek en speelden in de opslagruimtes, klommen op de hoge melktanks, haalden altijd wel wat bruikbaar materiaal uit de âld izerbak om mee te spelen.

Ook de omgeving was voor ons een geweldig speelgebied. Het voetbalveld was naast de deur. Aan de andere kant de poel en het bûtlân van Broer Visser. In dit moerassige rietveld werden hutten gebouwd en grote avonturen beleefd. Bij de fabriek lagen nog een paar oude houten roeibootjes die vroeger bij de fabriek werden gebruikt. Hier zijn me de beginselen van de watersport bij gebracht. Tegen de wind in roeien en met een oud gordijn als zeil weer terug zeilen. Later waren en meerdere zeilschouwtjes waarmee we als jeugd op de poelen wedstrijdjes zeilden. In 1971 zijn we verhuisd naar Smelwar. De Tollewei was toen de buitengrens van Heeg en in de jaren daarna is industrieterrein De Draei en het tussenliggende gebied ontwikkeld. Er werd volop gegraven, terreinen opgespoten met zand, gebouwd etc. Ook weer een eldorado voor spelende jeugd.

Mijn schoolcarrière in Heeg ben ik begonnen met nog een jaar kleuterschool bij juffrouw Hoeksema. Later de lagere school met 2 jaar bij juffrouw Schilstra, 2 jaar meester Santema en 2 jaar meester Pietersma. Daarna naar de Lager Landbouwschool in Sneek. Een leuke, kleine school met afwisseling van theorie en praktijklessen. Na het schoolexamen in 1976 heb ik eerst enkele weken bij Pieter de Boer op de Bird op de boerderij gewerkt. Het melken geleerd en in de kuil- en hooitijd meegewerkt. Pieter gaf aan dat hij niet de hele zomer werk had. Dus als ik wat vakantiewerk wilde doen, moest ik ook wat anders zoeken. Ik heb toen geïnformeerd bij Café De Watersport naar een baantje als ober/kelner. Al snel liep ik op het terras in de bediening en hielp ik achter de bar. Toen ook in aanraking gekomen met de Âld Wal, want dat was ook eigendom van de familie Toen. Het jaar daarop hier gewerkt als barkeeper.

Na de Lagere- naar de Middelbare Landbouwschool in Sneek gegaan. In 1978 4 maanden stage gelopen in Canada op een boerenbedrijf. Een geweldige tijd waarin ik mijn rijbewijs heb behaald. Telefoon hadden we thuis nog niet. Ik heb 2 keer naar huis gebeld, dat wil zeggen naar de buren. Zij haalden mijn ouders dan op en zo hadden we even contact. De 1e keer om te vertellen dat we goed waren aangekomen en de 2e keer om te vertellen wanneer we weer naar huis zouden komen. Verder werd er regelmatig over en weer een brief geschreven.

Na de Middelbare Landbouwschool ben ik doorgegaan naar de Hoger Landbouwschool in Leeuwarden. Het eerste jaar begon slecht. Ik kreeg in het begin van het schooljaar wat klachten, was snel kortademig en moe. Met gymnastiek en bij inspanningen kon ik niet goed mee komen. Het bleek dat ik een afwijking aan het hart had. Hier ben ik in december 1979 aan geopereerd. Gelukkig vrij snel weer hersteld en tot nu toe geen last meer van gehad. Het 1e schooljaar moest ik over doen, maar verder zonder problemen doorlopen. Ook hier leuke stages gedaan o.a. ruim 3 maanden in Zwitserland. In die tijd ook ander weekend- en vakantiewerk als taxichauffeur in Sneek gedaan. Meestal reed ik dan in de auto’s van Henk Bijlsma of Pier v.d. Wey.

In 1984 ben ik geslaagd en op zoek gegaan naar werk. Mijn eerste baan was bij C.V. Sloten, een producent van kunstmelk voor kalveren en ander jongvee. Ik werd contactpersoon tussen de buiten- en binnendienst. Dus veel op pad en op bezoek bij bedrijven in het hele land. Door een reorganisatie werd het kantoor verplaatst vanuit Leeuwarden naar Deventer. Ik was net op me zelf gaan wonen en had een huisje in Poppenwier gekocht. Dus voor mij een reden om toch op zoek te gaan naar ander werk. Bij FBTO/Averó was een vacature voor een “arbeidsdeskundige”. Geen idee wat dat was, maar als opleiding werd o.a. Hogere Landbouwschool gevraagd. Dus ik heb hierop gesolliciteerd en de baan gekregen. Het werk bestond uit het bezoeken van verzekerden die arbeidsongeschikt waren geraakt, het bedrijf en werk in kaart brengen en de uitkeringspercentage vaststellen. Daarnaast mogelijkheden voor werkaanpassing en voorzieningen bespreken. Veelal verzekerden in de agrarische sector.

Eind jaren 90 is Achmea ontstaan. Daardoor en ook door automatisering, veranderde mijn werk. Ik kreeg opdrachten van verschillende maatschappijen en het overleg met collega’s werd steeds afstandelijker. Dat paste niet goed bij mij en ik heb besloten om iets anders te gaan doen. Ik ben toen terecht gekomen bij het GUO, de uitvoerder van de sociale verzekeringen voor de agrarische en aanverwante sectoren. Dit was vooral het vaststellen van arbeidsongeschiktheid voor de WAO voor werknemers en de WAZ voor zelfstandigen. Een heel andere manier van werk, maar nog veel contacten met verzekerden, werkgevers, het adviseren van aanpassingen, (om)scholingen etc. om er voor te zorgen dat de mensen zo goed mogelijk aan het werk blijven. Het GUO is indertijd opgegaan in het UWV. In de loop van de jaren is er in de wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen veel veranderd. De beoordelingen worden steeds afstandelijker en overleg met werkgevers en begeleiding van werknemers naar ander werk is weggevallen.

Zoals al gezegd ben ik in 1985 in Poppenwier terecht gekomen. Ik heb het huisje van de beppe van mijn schoonzus gekocht. Ik had werk in Leeuwarden en wilde ook op me zelf gaan wonen. Ook in die tijd was het niet gemakkelijk om woonruimte te vinden. Beppe was overleden en het huisje stond al een tijd te koop en er was geen belangstelling voor. Ik heb het toen voor een schappelijk prijsje kunnen kopen en ben er gaan wonen.  In eerste instantie met de meubeltjes die er nog stonden en met wat spulletjes van thuis en van de rommelmarkt. Al met al heb ik 16 jaar in Poppenwier gewoond. Een leuk en actief dorp, waar ik al snel bij het dorpsgebeuren werd betrokken. Het huisje heb ik in de loop van de jaren verbouwd en gerestaureerd.

Voor je het weet zit je in allerlei besturen in het dorp. Merkecommissie, iisclub, toneel, tsjerke, plaatselijk belang etc.  Halverwege de jaren 90 is er een heel vervelende periode in Poppenwier geweest. Er kwam veel bezwaar en ruzie in het dorp vanwege overlast van het plaatselijke café. Dit heeft er toe geleid dat het café is gesloten en het dorp zonder voorzieningen zat. Door heel veel inzet vanuit het dorp is er toen een nieuw dorpshuis gekomen. En als gevolg van mijn vele bestuursfuncties ben ik hier met kop en oren bij betrokken geweest. Het heeft me heel veel tijd en energie gekost, maar ook een geweldig resultaat opgeleverd.

Ik ben vrij lang als vrijgezel door het leven gegaan. Ik had in 1991 een zeeschouwtje gekocht en was hier vaak mee op trektocht. Heeg trok altijd nog en ook heit woonde hier nog, dus zodoende kwam ik hier regelmatig. Mijn vaste ligplaats was bij de jeugdherberg omdat ik daar enkele mensen kende en het altijd erg gezellig was. In 1996 heb ik Nel leren kennen. Zij kwam met vrienden, die ik had leren kennen bij de jeugdherberg mee vanuit Krimpen a/d IJssel. Nel is in 2000 bij mij ingetrokken. In 2001 hebben we samen een huis in Jirnsum gekocht. Nel kreeg werk als onderwijzeres in Grou. Ik had mijn werk bij het UWV. In 2005 is ons schouwtje ingeruild voor een grotere zeeschouw. Varen en vakantie met de boot bleef de hoofdzaak. We hebben veel mooie tochten gemaakt. O.a. naar Zeeland, veel op de Wadden en natuurlijk in Friesland.

Nel is in 2012 ziek geworden, ze kreeg een vorm van beenmergkanker. Na een aantal maanden chemo leek de ziekte stabiel te blijven en hebben we nog een goede periode gehad. In 2014 werd de ziekte weer actief en na een periode van afnemende gezondheid is Nel in juli 2015 overleden.

Zoals al aangegeven veranderde mijn werk bij het UWV meer en meer en mede door de ziekte van en de zorg voor Nel, heb ik besloten om met dit werk te stoppen. Ik had niet direct ander werk en na het overlijden van Nel stond mijn hoofd ook niet direct naar andere mogelijkheden. Om toch structuur en invulling te houden heb ik me toen aangemeld als vrijwilliger bij de bouw van het Sylhûs. Dat heeft me door een moeilijke periode heen geholpen en er ook weer voor gezorgd dat ik toe was aan een nieuwe stap.

Teun en Janna Lammers zijn in de loop van de jaren goede vrienden geworden. Zodoende kende ik hun skûtsje en het werk wat zij daar mee deden heel goed. Ik ging regelmatig mee en als het nodig was viel ik in als maat of schipper. Toen Teun in april 2016 aangaf dat dat wel eens hun laatste seizoen kon worden en het beurtveer mogelijk door een ander zou worden voortgezet kon ik dat niet uit mijn hoofd zetten. Na een paar dagen heb ik gebeld en gevraagd wat ze er van zouden vinden als ik het over zou nemen. Al snel waren we het eens en vanaf 2017 ben ik eigenaar van skûtsjeverhuur “Haghe”. In de zomermaanden varen we  dagtochten en ik verzorg het beurtveer Heeg-Balk. Ik doe het met heel veel plezier en het geeft veel voldoening om van de gasten te horen dat ze een hele leuke tocht hebben gehad. Tot juni is het niet toegestaan om met gasten te varen, maar ik hoop dat de maatregelen wat verruimd kunnen worden en dat we, zij het met een beperkt aantal gasten, op 1,5 m afstand kunnen varen.

Eind 2016 ook maar besloten om weer naar Heeg te verhuizen. Ik woon nu weer op It Fabryk. De cirkel is bijna rond, mijn bed staat weer vrijwel op dezelfde plek als 50 jaar geleden. Ik heb inmiddels weer een nieuwe partner. Hinke en ik gaan samen de toekomst tegemoet. Ik draag de veer over aan Joris Honings. Joris woont ook op It Fabryk en heeft wel heel bijzonder werk. Ik ben benieuwd wat hij daar over kan vertellen.

Groetnis,

Sybren Boschma

Bêste mei ynwenners fan Heech, Lytshúzen, de Bird en Oasingahúzen, kortweg Heegemers én bêste Frank H., want tank oan him foar it oan my trochjaan fan “De Veer”. Ik wol begjinne mei elkenien dy’t de Sylboade yn de bus kriget en har famylje en freonen protte sterkte winsken mei it oerwinne fan de Covid-19-crisis troch Corona besmettingen. Ien fan de wichtichste dingen dysto sels kin en moat dwaan is it hâlde sosjale (dus ûnderlinge) ôfstân. Fierder fansels in soad tank oan alle zorgprofessionals yn ús mienskip foar har enoarme ynset; harren stek ik in fear yn din kont!

Ik versta Het Fries redelijk maar spreek het slecht en schrijf het – zoals hierboven wel duidelijk wordt – al helemaal niet. Dus ik schrijf dit stukje maar verder in het Nederlands.

Ik ben Frank Alexander de Ruig (in Heeg bij sommigen beter bekend als Frank R.), waarschijnlijk een van de laatste import-Heegemers die ons dorp telt. En dat is meteen het begin van mijn verhaal. Want er zijn maar weinig Heegemers in Heeg, omdat iemand die niet in Heeg geboren is – kennelijk – nooit een Heegemer zal worden.

Goed, import dus. Geboren in 1960 in Amsterdam en aldaar ruim 50 jaar gewoond, gestudeerd en gewerkt. Maar in mijn vroege jeugd veelvuldig in de Wymbritseradielse contreien vertoefd. Ouders middenstanders met een zaak handelend in grafstenen, keukenbladen, bekleding van zwembaden (jaja in Amsterdam!) en andere natuursteentoepassingen. Vader steenhouwer dus, een uitstervend beroep. Gezin met verder moeder Tjitske Trijntje en broers Steef en Joost, die in Top en Twel woont. Oma Nyke Sjaarda geboren in Pingjum en overleden in Talma (ik bezit dus enig Fries DNA). Overgrootvader Hendrik Seijmonsbergen had een scheepswerf in Amsterdam Oost genaamd “Scheepswerf en Motorenfabriek Firma S. Seijmonsbergen”. Op de werf werden viskotters, sleep- en veerboten gebouwd; opgericht in 1877 en ruim 100 jaar bestaan. Ik bezit dus kennelijk óók enig “bootjes”-DNA.

Ik weet het niet precies meer, maar ‘schat zo tussen 1968 en 1975, vrijwel alle weekenden vertoevend in De Gaastmar, op de boerencamping aan het Piel van Aukje Hylkema en Maurits Flapper met hun acht (?) kinderen. Voor mij als jongmens betekende dat zeilen en boeren. Zo vaak mogelijk met Maurits mee het land in “te meltse”. In die tijd werd ’s zomers nog gemolken aan een lange kar met een aanslingermotor die een vacuümpomp aandreef met behulp waarvan de melk uit de uiers werd gezogen. Dat was dus voor mij ’s ochtends in de schemerige mist zo’n 40 koeien zoeken (de andere helft kwam uit zichzelf), aan de kar zetten, uiers schoonmaken en de spenen voorbehandelen.

Maurits hing dan de apparaten onder de koeien. Vervolgens de melk door een filter in melkbussen overgooien en de 40kg wegende bussen op een kar zetten achter de tractor (een bescheiden Ford 2000); wordt een mens sterk van.  Als ik schilder gebruik ik nog steeds wel eens een melkkrukje met veer aan de onderkant van de poot, dat met een riem om je middel onder je kont hangt, een z.g.n. “Tuolle” (met dank aan Andries Flisijn voor de Friese benaming ervan). Handig en goed voor de rug bij laag werk. De melkbussen gingen naar de kade aan de J.J. Hofstrjitte, waar ze – ik meen door Feike Attema c.s. – werden opgehaald en naar “it fabryk“ (zuivel/kaasfabriek “De Goede Verwachting”) in Heeg werden gebracht. Hoe klein de wereld: wij wónen nu op It Fabryk, samen met Yfke, onze Wetterhoun/Stabij.

Een ander belangrijk werk was natuurlijk het hooien. Ook toen al werd er gras ingekuild (alleen nog in bulten) maar veel van het gras werd op het land gedroogd en niet gebaald, maar los geraapt en naar de boerderij gebracht (door loonbedrijf Attema met dikke Ford fiif tûzen’s) en aldaar met een “luchtkanon” naar boven geschoten, waarna er een hooiberg van werd gemaakt onder het dak. Ik stond het liefst bovenop om het hooi te verspreiden waarbij je natuurlijk steeds hoger kwam te staan. Fantastisch, voor mij het mooiste wat er was, dat (nu) ouderwetse werk op de melkveehouderij. Ik heb veel van Maurits geleerd, een mooi hardwerkend gelovig mens en toegewijde vader met veel humor. En de enige die mijn oudeheer een béétje partij kon geven met armpje drukken.

En zeilen, ook al top! Mijn vader bouwde in de werkplaats in Amsterdam een hechthouten gaffelgetuigd zeilbootje uit een bouwpakket van Bruynzeel. Ze heette “Zoef Zoef”, naar Zoef de haas uit De Fabeltjeskrant. Een soort Flits, maar dan geen eenheidsklasse. Mijn vader was een grote zware vent, dus hij kon maar met veel moeite zonder omslaan aan boord en ik mee. Op een gegeven moment zat ik te wachten tot ook hij aan boord zou komen, maar in plaats daarvan haalde hij het aanhangroer eraf en duwde mij weg: “succes FA en tot straks”. Vanaf dat moment kón ik het. Later kochten mijn ouders eerst een piepklein Fries jachtje “Murkjen” 85RE en vervolgens de meer volwassen “Sylnocht” OC63. Om met rondbodems te leren zeilen ging ik naar de zeilschool van Heit en Mem. Met Pier – die in die tijd net zijn werf was begonnen – heb ik toen nog wel eens een wedstrijdprijs gewonnen in een zeilschool-tjottertje. Pier wist op het meer de walletjes die trokken. In de jaren ‘80/’90 heb ik als bemanningslid aan de lieren regelmatig wedstrijden met 38-52 voet grote scherpe jachten op het IJsselmeer en op zee verzeild. En jachten voor de eigenaren naar hun vakantiebestemming gevaren (oa. Cherbourg – Koopmans 60, Inverness – Victoire 1270 en Kiel – Breehorn 41).

Op het laatst gingen we uiteraard ook uit in Heeg, naar dancing T&T en discotheek d’Âld Wal. Meestal met de fiets (in het begin soms zelfs gebracht en gehaald), maar we liepen ook weleens terug langs het Heegermeer en het Piel naar Gaastmeer, inclusief de onvermijdelijke eerste vrijpartijen (groot woord) die daarna volgden in tentjes op de camping Tenminste, als we niet meteen lagen te snurken omdat we te veel hadden gedronken of duizelig waren van de eerste stiekeme zware-shag-peuken.

Tsja, varen. Ik wilde altijd óf paardrij instructeur worden óf varen op een zeesleepboot. Dat laatste werd het, althans daarvoor ging ik naar de Hogere Zeevaartschool (IHTNO) in Amsterdam, afdeling Scheepswerktuigkunde. De eerste HTS-lichting, want daarvoor werd je machinist via de werk-en-leer methode. Het derde jaar was een stagejaar en ik wist een plekje te veroveren bij Smit Internationale, destijds een van de grootste sleepboot-rederijen en zeker die met de grootste/zwaarste sleepboten (ocean going tugs). Mijn wens kwam uit – dacht ik: twee reizen gemaakt in 1983/84, een met de beroemde Smit “Zwarte Zee” (9.000pk, BJ 1963) van Oman, via Mombassa, Durban en Jamaica naar Fort Lauderdale Florida (dus om Kaap de Goede Hoop), de andere met de “Smit London” (BJ 1975, Lloyd’s 100 A1 TUG, Ice class 3) van New Orleans, via (3 maanden in) Rio de Janeiro/Angra dos Reis – wat een feest was dat – om Kaap Hoorn (niet jokken: door de Straat van Magellaan), via Lima en Santa Barbara ten slotte naar Anchorage, Alaska. Beide keren met een semi-afzinkbaar booreiland middels een 8 cm dikke staaldraadkabel (o.a. dankzij Lankhorst in Sneek tegenwoordig dunner en sterker) op ruim een kilometer erachter slepend (en in het midden 50 meter diep doorhangend). Helaas stelde het leven aan boord met zo’n 15 kerels, 5-6 maanden achter elkaar op een scheepje van 75 meter, mij teleur. Ik deed het jaar erop nog wel succesvol examen, maar wist dat dit “het” niet was. Bovendien liep ik een hernia op bij het (op de Smit London) verwisselen van een krukaslagerschaal van een van de twee middelsnel-lopende, 11.000pk sterke, motoren van Stork Werkspoor Diesel (voor de kenners: 9TM410’s). Hier een filmpje over hoe dat slepen er ongeveer uitziet bij windkracht 10-12 Bft:

https://www.youtube.com/watch?v=KUCrhgDU8iA

Via mijn vaders zaak kwam ik bij iemand met een interieurontwerp en -winkel terecht die daarvoor bij Jan de Bouvrie in zijn winkel in de PC Hooftstraat had gewerkt. Zij maakte mij enthousiast voor het ontwerp-vak en stuurde mij naar de Gerrit Rietveld Academie. Die heb ik vervolgens gedurende vijf jaar in de avonden doorlopen, met afsluitend het HBO-diploma “Interieurarchitect”. Vervolgens lichtontwerper geworden bij een bekende Duitse producent van verlichtingsarmaturen voor musea, winkels en kantoren. Toen projectmanager bij een grote Zwitserse firma in winkelinterieurs waarvoor ik o.a. 50 winkels M&S Mode in Frankrijk en ook 50 winkels KPN Primafoon heb gerealiseerd. Dat ging zo goed dat ik er ook nog een jaar of vijf directeur ben geweest (dochteronderneming van het wereldbekende Zwitserse meubelmerk “Vitra”). Ten slotte gevraagd voor de positie van Algemeen Directeur van een middelgroot interieurbouwbedrijf in Valkenswaard met 65 medewerkers. De onderneming winstgevend gemaakt en mooi werk geleverd voor o.a. Holland Casino’s, Tweede Kamer, De Marine, Rabobank, enz. GREAT and HAPPY TIMES.

Maar het leven is soms niet alleen maar euforie: Belle, mijn lieve vrouw en levensmaat voor ruim twintig jaar, werd ziek (meerdere hersentumoren) en overleed nadat ik twee jaar fulltime, dus zonder werk, mantelzorger voor haar was geweest. Tussendoor werd ons huis vrijwel geheel verwoest door roet, na een relatief klein brandje. Dan is aan de ene kant alles relatief en andere kant alles “klote”. Wat moet je? Eerst mezelf teruggetrokken in ons op zich heerlijke en weer herstelde huis a/d Borneokade in Amsterdam (de schade was ruim 3 ton Euro en het herstel duurde een jaar). Toen mijn jeugdliefde Wilma Scholte weer ontmoet op een schoolreünie. Wij waren vriendjes rond 1978. Daarna hooguit eens in de tien jaar toevallig contact. En nu is zíj alweer een aantal jaren mijn geliefde, maatje en steun en toeverlaat. Én van haar een bonuszoon erbij: Mick. Wilma is visagiste en werkt o.a. voor de grote tijdschriften. Tussendoor, in de slechtste tijd, huis verkocht en op zoek naar wat anders, maar waar? Moeder Tjitske woonde al zo’n 20 jaar aan de Helling en wist een huisje voor me te regelen op de Bûterhoeke. Ach waarom ook niet Heeg, dacht ik. Lekker aan het water, frisse lucht, rustig, he-le-maal goed. Geliefde Draak “George” verkocht, waarmee wij altijd op het IJsselmeer zeilden – alleen even door de Oranjesluizen en Pampus was dichtbij. De meeste meubels in opslag en het huisje a/d Bûterhoeke 1 van Boy Toen betrokken, waar vroeger het personeel van d’Âld Wal kon overnachten.

Echter, de centen raakten langzaam maar zeker op en er moest werk komen. In zo’n compleet nieuwe omgeving, na jarenlang niet te hebben gewerkt én als eind-vijftiger zonder een concreet beroep (directeur …), viel dat behoorlijk tegen.  Bovendien wilde ik niet meer de verantwoordelijkheid dragen voor tientallen medewerkers. Maar goed, ik ben een doener en heb een paar gezonde handen, dus meldde ik mij als vrijwilliger aan bij het bouwteam van Rob van Roessel dat het nieuwe WSH/SFT-gebouw aan het realiseren was. Daar een jaar lang mijn bijdrage aan geleverd, tot het gebouw in gebruik werd genomen als “It Sylhûs”.  Wat een fijne mensen zijn dat en wat een inzet hebben ze getoond, zeker gezien hun leeftijd; respect daarvoor! Dat zijn overigens échte Heegemers haha. En Rob? Een onvermoeibare socio-topper.

Uiteraard ben ik lid van de WSH, maar – zoals nog een aantal Heegemers – ook van de oudste zeilvereeniging (ja, met dubbel e) van Nederland: KZV “Oostergoo” in Grou, mede op instigatie van Prins Hendrik “de Zeevaarder” opgericht in 1848 in Bergumerdam (Koninklijk sinds 1923). Sinds 2016 verricht ik ’s winters algemeen scheepsonderhoud wisselend aan de vier charterschepen van Cordula en Harry Paques (WRM B.V.), die dan in Passantenhaven Hegerwâl liggen. Tussen half april en oktober ben ik zzp’er; o.a. bouw ik steigers, vlonders en schuttingen, ontwerp en realiseer ik tuinmeubilair en buitenkeukens (incl. laswerk), doe ik schilderwerk, verleen ik jachtservices en verhuur ik mij als sloepenschipper in de regio. “Jack of all Trades” zegt men wel eens.

Samen met broer Joost, die auto-interieurs en scheepsbekleding restaureert, huur ik van Vera en Eva Meijer de voormalige melkstal aan De Spinnekop.  Mijn eenmanszaak heet “Studio Oceanhouse Cie.” (e-mail: email hidden; JavaScript is required) Mijn hobby’s: klassieke- en jazzmuziek, Mallorca (!!!), (interieur-)architectuur en jachtontwerp, (kroeg-)quizzen, kanoën, koken en kookboeken verzamelen, én biljarten (of staat biljarten op 1?). Zo biljart ik regelmatig bij iemand in de boerderij aan de Koaldyk en met een 16-tal mafkezen/(biljart-)ballen op de dinsdagen bij Nyske en Egbert in d’Âld Wal, waaronder dus Frank H. Hij is een supertalent in alles wat met bootjesbouw te maken heeft, een grote, hardwerkende, eigenzinnige en sociale kerel met humor. Ik ben blij hem te kennen – ook al noemt hij mij “soms wat nûver”; hij zal gelijk hebben 🙂 Ik wens Nederland een spoedig herstel van de huidige ellendige periode, zowel medisch als economisch, en mijn dorpsgenoten, het MKB en de Horeca – na dat herstel – een fijne zomer en mooie toekomst. Franky, nogmaals dank voor het doorgeven van De Veer, die ik op mijn beurt overhandig aan onze buurman, Sybren Boschma. Sukses skipper!

Oant sjen yn de omkritten en op it mear,

groetnis fan, Frank de Ruig

De Veer van Frank Hettinga

9 april 2020

Mooi te lezen hoe een jonge ondernemer zoals Huite Loopik met volle overgave hard aan zijn bedrijf werkt. Vergelijkbaar met hoe ik mijn bedrijfje startte op 23 jarige leeftijd, maar dat gaan jullie lezen in deze veer! Huite bedankt en succes!  Ik, Frank Hettinga, geboren op 26 november 1971 te Sneek. Jongste zoon van Herman […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Huite Loopik

17 maart 2020

Mijn naam is Huite Loopik, 25 jaar, geboren, getogen en nog steeds woonachtig in Heeg. Ik ben opgegroeid met twee lieve ouders en een broer.  Als kind was ik erg druk, zowel fysiek als mentaal. Op de basisschool It Wraldfinster zorgde die drukte ervoor dat ik vaak niet goed kon meekomen met bijvoorbeeld begrijpend lezen […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Pommeline Preij

18 december 2019

Trots om de veer over te nemen van Armand, zal ik beginnen met een korte introductie! Ik ben Pommeline Preij, geboren te Amsterdam, maar in mijn vroege jaren samen met mijn moeder Ilja, verhuisd naar het prachtige Heeg. Eenmaal in Heeg, zat ik op de Basisschool de Sint Jozef ( toen nog in de Harinxmastrjitte […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Armand Kiès

5 november 2019

  Met gepaste trots neem ik de veer over van Robin de Snoo. Mijn naam is Armand Kiès en ben 57 lentes jong. Ik ben een nieuwkomer in het mooie Heeg. Officieel 1 juli 2019 hier komen wonen. De unieke mogelijkheid deed zich voor om 1 van de leukste huisjes van Heeg voor de komende […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Robin de Snoo

14 oktober 2019

Met dank aan Eelke neem ik de veer over. Mijn naam is Robin de Snoo, 51 jaar en woon inmiddels rond 15 jaar in het mooie Heeg. Ik ben getrouwd met Ilja en naast mijn bonusdochter Pommeline hebben we twee kinderen, Isabelle van 14 en Cas van 12. We wonen in een huis op de […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Eelke Brunia

7 september 2019

Astrid bedankt voor de veer. Mijn naam is Eelke Brunia, ik kom oorspronkelijk uit Exmorra geboren uit Jellie Brunia-Faber met hulp van Meini Brunia. Ik ben in 2015 naar Heeg gekomen na 43 jaar in Exmorra, waarvan + 20 jaar in de voormalig gereformeerde kerk te hebben gewoond, alwaar mijn drie kinderen zijn geboren. Nu […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Astrid van der Pol

8 juli 2019

Eva, bedankt voor de veer. Mijn naam is Astrid van der Pol en ik ben 1 mei 1980 geboren als tweede dochter van Lieuwe van der Pol en Corrie Hettinga. Heb een oudere zus Irma en na mij komen Ilse en Kirsten nog. We hebben tot 1986 op de Djipsleatswei gewoond en zijn toen verhuisd, […]

Lees het volledige artikel →

De Veer van Hotze Jongstra

17 mei 2019

  Mijn naam Hotze Jongstra en ik heb de veer gekregen van mijn gezellige buurman Johannes, waarvoor dank. Ik ben in 1973 in Heeg op It Sypke geboren als laatste in een rij van vijf jongens en ben opgegroeid in een liefdevol en gezellig gezin. Door mijn oudere broers was het altijd een komen en […]

Lees het volledige artikel →