Geschiedenis van Heeg

Oorlogsherinneringen van Rense Piso

Rense had nog wat beleefd dat hij nooit zou vergeten, zo schreef hij: Het was in de herfst van 1944, het was toen zoo dat elk probeerde wat extra te  krijgen, want wat eten en drinken betrof langs de gewone weg, had iedereen te weinig. Ik had namelijk een zwager (Klaas Bakker) die boer was op een boerderij tussen Gaastmeer en Workum op het dak stond de naam Oost Indië, dit was ongeveer een half uur lopen vanaf Klein Gaastmeer door het weiland. Ik had namelijk een schaap bij hem in de weide, dat zou geslacht worden, wat slager Terpstra van Gaastmeer voor mij zou doen. Dus ging ik naar mijn zwager om daar over te praten. Toen ik echter de keuken binnen stapte zaten er drie Engelse vliegeniers bij de tafel met een geheime zender uit te zenden of te ontvangen. Ik overrompelde hen volkomen, maar was zelf nog veel meer overstuur. Eén sprong ogenblikkelijk  op en greep me vast en draaide mij om en zette mij een revolver inde rug. Ik denk dat ik verder niks mocht zien. Hij duwde mij naar de schuur, en ik dacht dit is het einde. Op het zelfde ogenblik kwam mijn zwager in de schuur van buitenaf. En die schreeuwde direct het is O.K en zwaaide met zijn armen, en overtuigde hem dat het goed volk was. Ik wist niet dat hij die vliegeniers in huis had, de kinderen, 4 stuks, waren in school, en hij mijn zwager, weduwnaar, was alleen thuis en verwachte daar achter in het land niemand natuurlijk. Dit waren de piloten en bemanning van een vliegtuig dat neergeschoten was boven het  IJsselmeer. Ze zijn maanden in Gaastmeer geweest, op verschillende adressen.  Mathijs Westra regelde dat, ze zijn ook weken bij Louw Wilschut in Gaastmeer geweest.                R.Piso

Herinneringen aan de oorlog in1944

Een paar jaar geleden mocht ik van een bekende nu reeds hoogbejaarde Hegemer zijn herinneringen aan de oorlog die hij had opgeschreven lezen. Boven dit verhaal staat:  Huiszoeking

Op een avond in de oorlog waren mijn zuster en mijn persoon alleen thuis, wat zelden gebeurde. Onze ouders waren op familiebezoek. Een broer was gesnapt op de Lemster nachtboot naar Amsterdam en de jongere broers waren bij de buurlui. Wij zaten elk bij een carbidlampje, mijn zuster zat te handwerken en mijn persoon was aan het boekhouden en geld na tellen. Radio en telefoon waren er niet in die tijd, het waren in die tijd lange avonden, bezoekjes afleggen en vroeg naar bed. Wij hadden de gewoonte om nooit een deur op slot te doen, dat was ook moeilijk met een groot gezin en een zaak. Plotseling ging de kamerdeur open en verschenen er twee heren, de één kwam met een gericht pistool op mij af. Ik schrok me rot en mijn zuster gilde al even. De tweede man griste het geld van tafel, meteen griste ik het terug. Dat is van mijn vader daar moet u van afblijven zei ik. Hij liet het mij houden, wat ik niet had verwacht. Ik vertrouwde die mannen niet, want kort geleden daar voor was Hansie Zijlstra koelbloedig dood geschoten om zijn geld en dat kon mij ook gebeuren. Daarna zei één van de mannen; ‘Wij zijn van de ondergrondse en komen twee nieuwe fietsen halen die hier aanwezig zijn, die moeten wij gebruiken.’  ‘Ik weet van geen nieuwe fiets’ zei ik terwijl ik wel beter wist. Onze fietsen staan in het hok, daar mogen jullie wel kijken. Daar is geen nieuwe fiets bij” zei ik. ‘Als jij niet weet waar de fietsen zijn dan zoeken wij de fietsen.’ zei één van de mannen. De heren hadden alleen een knijpkatje bij zich dat niet veel licht gaf, dus het was moeilijk zoeken. Op de zolder van de bakkerij was een klein gedeelte afgeschermd voor de onderduikers waar ook de fietsen stonden. Gelukkig zagen de heren dit over de kop door het beetje licht van hun knijpkatje. Nogmaals dwongen zij mij te zeggen waar de fietsen waren door de revolver tegen mijn hoofd te drukken, maar ik gaf geen krimp. Na een uur zoeken verdwenen de heren onverrichter zake. Voor ons was dit een hele opluchting. Altijd hebben we ons afgevraagd of deze mannen wel echt van de ondergrondse waren of bandieten. Bij de ondergrondse afdeling Heeg was van deze actie niets bekend. We hebben nadien s ’avonds de deuren wel op slot gedaan. Overal leert men van. Ik was in die tijd 11 jaar, en ik vond het heel interessant om 70 jaar later nog te lezen wat er in die oorlog in Heeg  gebeurde.        F.K.

 Voorvader, van o.a. de Nauta’s, de Reyenga’s, Haringa’s, Lieuwe Zoethout en v/d Zee.

Douwe Jans Bies, wordt geboren/gedoopt op 21 okt. 1790. En 1 jan 1791 als zoon van Jan Luitjes, schipper, en Hendrikje Douwes, in de vervenings “Compagnie Jubbega-Schurega” gem. Opsterland, trouwt 29 jaar oud, als schippersknecht op een Palinghaler te Sloten, met Trijntje Durks Tjessema, geb. 30-01-1799 te Dronrijp, gem. Menaldumadeel, 20 jaar naaister, te Sloten, d.v. Durk Klazes Tjessema en Trijntje Cornelis Tjessinga (stadsvroedvrouw), geb. Bolsward op 30 jan. 1799, ged. te Bolsward op 21 mrt. 1799 met doopnaam Josina, (onder deze naam trouwt ze) ze krijgen 7 kinderen in de plaatsen: Sloten: 1820 Jan en 1824 Trijntje; de fam. Bies, verhuist van Sloten naar Woudsend, vaart daar op een palinghaler, daar wordt in 1828 Pietertje geboren. Douwe Bies wordt  “bestfeint (stuurman”) in Heeg op een aak, in 1831 wordt in Heeg,  Hendrikje geboren, veldwachter Pieter Feikes Vlas, verzorgt de aangifte, want Douwe is nu aakschipper en op reis naar Londen; 1833 Dirk, aangever Pieter Feikes Vlas, vader Douwe is op reis naar Londen; 1836 Klaas Douwes, het is maart en vader is thuis en Sybren Jetzes Reyinga  (beurtschipper) is zijn getuige bij de aangifte; jan. 1838 volgt Douwe, vader thuis doet zelf de aangifte, en dan slaat het noodlot toe: 1839 het jongste kind  Douwe  overlijdt, 1 jaar en 8 mnd oud, vader is afwezig, dan sept. 1845, overlijdt zoon Klaas, ruim 9 jaar oud, in de overl.akte staat bij de ouders vermeld: Douwe Jans Bies, overleden, en moeder Trijntje Durks is winkeliersche te Heeg; maar van Douwe Jans is geen overl.akte te vinden.  Hij is en blijft vermist!

Dan, het leven gaat verder, trouwt in 1847 de 1e dochter Trijntje, met Wieger Ypes Overzee, (z.v. Ype Aukes Overzee en Akke Wiegers (Taedes) Visserman, visser te Heeg), vader bruid is volgens de akte “afwezig”, moeder Trijntje Durks is nog steeds winkeliersche te Heeg, maar wordt geen weduwe genoemd! Bij de overlegde stukken is wel een “Akte van Bekendheid”  m.b.t. de afwezigheid van de vader van de bruid. Bruid en moeder ondertekenen de akte niet, ze hebben het schrijven niet geleerd, waarvan akte. De volgende dochter, Pietertje Douwes, dienstbode te Woudsend, trouwt in 1848, met Gerrit Tjerks de Koe van Woudend, in de akte weer het zelfde verhaal en de “akte van bekendheid”, constaterende de afwezigheid van bruids vader, de getuigen bij dit huwelijk moeten verklaren dat zij kennis hebben aan die akte, en aan Trijntje Bies, zuster van de bruid. Dan in juli 1849 is er een Not.akte d.d. 02-06-1849, m.b.t. huwelijkstoestemming voor het a.s. huwelijk van zoon Jan, die gaat trouwen met de Amsterdamse, Helena Jans Stuur, te Amsterdam, in deze Notarisakte wordt nu gesproken over “wijlen” vader Douwe Jans Bies en moeder Trijntje Durks, winkeliersche te Heeg.

Op 25 dec. 1853, overlijdt Trijntje (Josina) Durks, is na zijn vermissing, in de B. Stand nog steeds de echtgenote van Douwe  en winkeliersche te Heeg. Dan volgen nog de huwelijken van 1860, Hendrikje,  met Uilke Sytzes Nauta, arbeider binnenvloot te Woudsend, zijn ouders: Sytze Lolles, koopman en Klaaske Uilkes van der Kooi, te Woudsend.  Opvallend in de akte is het volgende m.b.t. de bruid: “Meerderjarige dochter van Douwe Bies, wiens tegenwoordige verblijfplaats of al, of niet aanwezen, (in leven) onbekend is, en van Trijntje Durks Tjitsenga, overleden”; géén akte van bekendheid overlegd of genoemd, maar aan het einde van deze Huw. Akte, de volgende passage: “Dat na voorlezing van de akte, en door ons en de getuigen is ondertekend, en hebbende de comparante (aanwezige) Bruid vooraf “onder Eede afgevraagd”, dat zij met de tegenwoordige verblijfplaats, of al of niet aanwezen, van haren Vader, ten enenmale onbekend is, en niet in staat (is) om de overlijdensacte van haren vader, bij dezen te overleggen”, en die acte is er niet!

Dan, mei 1867, trouwt dochter Trijntje, als weduwe, voor de 2e maal 42 jaar oud, met Wietze Wiebes van der Brug, z.v . Wiebe Cornelis en Lijsbeth Tjallings Hoekstra,  beiden reeds overleden te Heeg. Ook Wiebe trouwt voor de 2e maal, was weduwnaar van Akke Ykema. En weer zijn er akten van overlijden overlegd, maar niets dat betrekking heeft op vader Douwe Bies!  Bij de verdere speurtocht naar Douwe Bies vonden we tenslotte de “Akte van Bekendheid” , opgemaakt  voor het huwelijk van dochter Trijntje in 1847, met daarin de volgende getuigen genoemd:

Sieds Siebrens Dijkstra, geb. te Woudsend, 1835 koopman; in 1847 en rond 1837 Winkelier te Heeg. Lipke Sybrens  Reijinga, veerschipper (beurtschipper) bij zijn vader te Heeg, (in 1847). Pieter Feikes Vlas, in 1847 veldwachter te Heeg, éérder rond 1826 Bèstfeint, en in 1828 arbeider, bij de Rederij Visser te Heeg, en tevens aangever/getuige bij de aangiften van Bies zijn kinderen. Feike Aukes Douma , geboren en boer te Idzega, in 1847 de zwager van Jan Annes Visser, de Reder te Heeg, die gehuwd was met, Feikes zus, Froukje Aukes Douma. Deze vier getuigen verklaren op de hoogte te zijn van “de vermissing van Jan Douwes Bies”, een jaar of vier geleden, dus zo rond 1843, en tekenden de  “Acte van Bekendheid”  op 8 mei 1847. Maar rond dat jaar was er geen enkel aanknopingspunt te vinden! Vier jaar bleek zeven jaar te zijn!

Hoe anders pakt dit uit, als mijn deskundige het volgende certifikaat vindt:  De “Akte van Bekendheid betreffende het overlijden van Douwe Jans Bies, t.b.v. het huwelijk van zoon Jan Bies te Amsterdam,  d.d. 22 augustus 1849”!.

“Douwe Jans Bies, schipper, gewoond hebbende te Heeg, op den 14e oktober 1840 in de nabijheid van het eiland Wieringen met zijn schip is verongelukt, en dat later van het scheepsvolk niets zijnde vernomen” (is). Waarna wij het paspoort van het bunschip “De Visscherij I” ook gevonden hebben; hieruit blijkt dat Douwe Jans Bies, in 1940 Schipper/Kapitein was, op het bunschip de “ Visscherij (I)”  van Heeg.

Met deze wetenschap, ben ik gericht gaan zoeken in de Laadboeken van Visser Heeg , in het FSM te Sneek, en inderdaad in een van de boeken met het  jaar 1840 vonden we de ramp met bovengenoemde aak, zijn laatste reis!.

“Schipper Douwe Jans Bies, is in oktober 1840 uit London vertrokken voor de terugreis naar Heeg, daar echter nooit aangekomen, het was Douwe’s, 5e reis in dat jaar 1840, en op 14 Oktober, in de beurt van het eiland Wieringen (Waddenzee/Zuiderzee) aangekomen, gaat het nog finaal mis, de aak “Visscherij I” vergaat, en van de aakbemanning is nooit meer iets gehoord of gevonden! Het aakwrak echter, is door de ebstroom weer mee naar zee gevoerd, en op 19 oktober 1840 bij Wijk aan Zee op het strand aangespoeld, uit de papieren, aan boord gevonden (de waterdichte scheepsbus), blijkt dan wie de Aak en haar bemanning is geweest, n.l.  de “Visscherij I” van Heeg, en zijn Schipper Douwe Jans Bies, wonende te Heeg, zie certificaat. Alleen de schipper wordt genoemd!!

Een gevonden “Certificaat van Registratie”, een soort scheepspaspoort, bevestigt de eigenaar en Schippers door de jaren heen: de aak was: de “Visscherij I” gebouwd  1808, en rond dat jaar in dienst gesteld; ten tijde van het ongeluk was Douwe Jans Bies de Schipper/kapitein van deze “Visscherij I”! Het verhaal gaat verder, na identificatie van de bemanning en Aak, is het verhaal nog niet helemaal compleet, zonder ook de verdere bemanning van deze aak te noemen, die met hun Schipper ook “gebleven” zijn, n.l. :

Schipper: Douwe Jans Bies van Heeg, 50 jaar oud.

Stuurman/Bèstfeint: Yme Foekes Postma van Heeg, 49 j.  geh. met Antje Pieters Arema, Woudsend. Matroos/Kok: Durk Pieters Durksen(s) woonplaats onbekend! Geen gegeven van gevonden.

In 1841 is er een “regtsgang” n.a.v. een opgemaakt “Proces Verbaal” van eind okt. 1840, waarin twee personen “te regt staan”, wegens diefstal uit het aakwrak van de “Visscherij (I)” op het strand van Wijk aan Zee, n.l. Jacobus Geurts en Willemijntje Vosse

En tot slot nog het volgende: Zoon Jan Bies, het vak in Heeg geleerd, monstert als stuurman aan, op een in Oude Pekela, nieuw gebouwde Schoener, de “Eefke Maria”, in dec. 1850 vertrokken naar Westindië, op die reis de Kapitein verloren, Jan wordt vervangend Kapitein en overlijdt op  de terug reis ook, en vindt een zeemansgraf. Zoon Dirk Bies tenslotte, is binnen Fryslân , niet meer te vinden bij Tresoar. FT

 

Het thuisfront van Palingaakschippers van Heeg

19 december 2017

Na mijn oproep in de dagbladen in jan. en febr. van dit jaar, kreeg ik direct daarop 2 mailtjes en een telefoontje, met rechtstreekse familie gegevens die voor zichzelf spreken! Hier het 1e mailtje van Ymke Reyinga en het telefoongesprek met Mayke Eyer. Het 2e mailtje komt nog een volgende keer, maar heeft dezelfde lading. […]

Lees het volledige artikel →

Correctie op: Hoe was het in de jaren 1950

17 juni 2017

Vanaf 1946 t/m 1950 zijn er jongens in Indonesië geweest, aldus de heer F. Attema. Van de vijftig militairen uit Heeg, waren er 10 vrijwilligers, en van de broers soms één vrijwilliger. Er zijn 18 jongens geweest uit 9 gezinnen. De broers Piet en Bouke van Veen ontbraken op het lijstje. De heer B. Zijlstra […]

Lees het volledige artikel →

Hoe ging dat in de jaren 50 in Heeg

2 mei 2017

Bij Heech fan Alds komen soms best interessante dingen binnen, zoals een aantal contact krantjes. In 1948 moesten er ook van uit Heeg dienstplichtige militairen naar Nederlands Indië om daar de orde te herstellen. Totaal zijn er van uit Heeg ongeveer 50 militairen, waarvan 16 uit 8 gezinnen, daar geweest. De R.K. parochie in Heeg […]

Lees het volledige artikel →

Uit het archief van Stichting “Heech fan alds”

23 december 2016

De luchtvaart. Gisternamiddag was het anders zoo stil en rustig dorp Heeg in rep en roer. Honderden menschen niet alleen uit Heeg, maar ook uit Hommerts, Jutrijp, Oudega, IJlst, Gaastmeer Blauwhuis, zelfs uit Tjerkwerd verdrongen elkander aan den kant van ’t Heegermeer, om een nog nooit tevoren gezien schouwspel gade te slaan. Een groot aantal […]

Lees het volledige artikel →

Fryske folksdichter ‘Rintsje fan Heech’

16 juli 2016

Fia in tip kaam ik by frou Wyp de Boer oan ‘e Skatting. Se hie by in souderopromming in nijsgjirrich kranteknipsel út de Ljouwerter Krante fan 3 febrewaris 1972 fûn. Yn it artikel ‘Ut ‘e lapekoer’ stie dat de Hepkema’s krante (waard lêzen yn midden- en súdeast Fryslân) yn 1904 in rymwedstriid mei Fryske doarpen […]

Lees het volledige artikel →

Nieuws – Stichting “Heech fan âlds”

14 mei 2016

Heeg – ± 1910 – Harinxmastrjitte – Linksvoor de winkel in Kruideniers- en Grutterswaren van Lieuwe en Klaske Albertsma. In het kleine winkeltje was destijds geen nee te koop; van koffie en thee tot klompen toe. Nu is Novalux-de Jong hier gevestigd. Daarnaast het Bonds-Hotel – Café – Restaurant ‘Lands Welvaren’ van Herre Boersma met […]

Lees het volledige artikel →

Hoe was het toen in Heeg

10 april 2016

  Piet de Vries en Wybe de Bock waren allebei zzp-er in Heeg rond 1920. Piet was koperslager. Koper was toen een makkelijk materiaal om te bewerken en het roestte niet. Het was het metaal waar gebruiksvoorwerpen van werden gemaakt zoals emmers, ketels en aden, dat waren langwerpige platte schalen, die de boeren vroeger gebruikten […]

Lees het volledige artikel →

Indiegangers uit Heeg ( 1945-1949 )

22 juni 2015

Gebaseerd op lijst W.O. Santema, De Sylboade, april 1990 Vrijwilligers (tussen haakjes naam van vader, dus: zoon van …) 1. Berkum, Jan van (Jan) 2. Boer, Kees de (Douwe) 3. Boschma, Sytse (Sybren) 4. Heide, Jacob van der (Jan) 5. Hoekstra, Yke (Durk) 6. Hogeterp, Gerrit (Piter) 7. Hogeterp, Rein (Feike) 8. Jelsma, Jan (Wynzen) […]

Lees het volledige artikel →