Verhalen

Het eerste wat mensen me vragen: Georgië waar ligt dat eigenlijk, en is het daar gevaarlijk…  Georgië ligt ingeklemd tussen Rusland, Azerbeidzjan, Armenië, Turkije en Zwarte Zee. Door de eeuwen heen was Georgië een speelbal van Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Mongolen, Turken en Perzen. In de 19de eeuw annexeren de Russen het koninkrijk. Slachtoffer is o.a. de Georgisch-orthodoxe kerk, de diensten moeten in het Russisch en de liturgie wordt vervangen door Kerkslavisch, geestelijken vervangen door Russische, en veel Georgische fresco’s worden wit gepleisterd.

Op 26 mei 1918 wordt Georgië een zelfstandige republiek. Maar notabene door toedoen van de Georgiër Stalin wordt zijn land in 1921 een communistische Sovjetstaat. Politieke partijen worden verboden en grond en bedrijven genationaliseerd. Er vinden herindelingen plaats, die gevolgen hebben voor de etnische verhoudingen en tot burgeroorlogen leiden na het uiteenvallen van de Sovjetunie. Tot heden zijn er problemen met de deelstaten Abchazië en Zuid-Ossetië, de grenzen zijn gesloten voor Georgiërs, en ook de grens met Rusland blijft voor Georgiërs zo goed als gesloten.

Met anderhalf uur vertraging kiest de bejaarde Boeing 737 van Georgian Airlines het luchtruim. Na ca. 4 uur vliegen naderen we vanaf de Zwarte Zee Georgië en al gauw doemen boven de wolken de 5000m. hoge besneeuwde pieken van de Hoge Kaukasus op. (foto vanuit vliegtuig: de Kazbec 5047m) Het is nog een half uurtje vliegen naar Tbilisi, de hoofdstad, in het oosten van Georgië. Modern vliegveld en snelle bagage afhandeling en een douane die niet moeilijk doet. We ontmoeten hier Nino, onze gids, afgestudeerd als dierenarts, maar er voor kiest om als gids haar land te promoten. Na het wisselen van euro’s in lari’s stappen we bij onze chauffeur Levan in een nette oude Russische bus.

Ons hotel ligt in het hartje van het oude Tbilisi. Tot m’n verrassing heb ik de hele zolderverdieping met 4 bedden, bank, bureau, stoel en tv tot mijn beschikking… hoezo als single in werkkast of hondenhok… Door een rond raampje boven m’n bed heb ik een prachtig uitzicht over de stad en recht voor me op de Georgisch-orthodoxe Metechi kerk op een klif aan de Mtkvari rivier.

We verkennen de oude stad van Tbilisi te voet. Bezoeken de Metechi kerk uit het jaar 1289, waar wij vrouwen binnen een hoofddoek moeten dragen. Het is zondagmorgen en is er een dienst, we zijn onder de indruk van de Byzantijnse koorzang. De Georgisch-orthodoxe kerk is eigenlijk meer dan een religie, het is vooral de nationale identiteit, 80% van de Georgiërs behoort hiertoe.

We lopen over de bijzondere van glas en staal gemaakte Vredesbrug, die ’s avonds prachtig verlicht is en waar straatmuzikanten voor een gezellige sfeer zorgen.  We maken een koffiestop in een van de levendige  straatjes en om niet teveel tijd te verliezen strijken we neer op verschillende terrasjes, want vooral afrekenen kost veel tijd.

Vanuit het Rike park nemen we de kabelbaan naar het 20m hoge aluminium standbeeld van Moeder Georgië op een heuvel hoog boven de stad. Een vrouwenfiguur met in de ene hand een zwaard en in de andere een wijnbeker, symbool voor strijdvaardigheid en gastvrijheid van het Georgische volk. Hier liggen ook de  ruïnes van de in 4de eeuw door de Perzen gebouwde Narikala vesting.

Met de bus doen we een toer door Tbilisi. Naast oriëntaalse huizen met balkonnetjes zijn er troosteloze sovjetflats, neoclassicistische en moderne gebouwen. De stad doet ondanks het drukke verkeer relaxed aan. Auto’s als Mercedes, VW, en hoewel er rechts gereden wordt veel Japanners en Koreanen met rechtse besturing – goedkoper in aanschaf – bepalen het straatbeeld. Maar door hogere belasting op deze auto’s te heffen, hoopt de regering hier een einde aan te maken. Wat ook opvalt zijn de vele straathonden, ze zijn veelal gechipt en zien er goed uit. Af en toe breekt er een honden gevecht uit, zorg dat je er niet tussen staat, want stel dat ze in het verkeerde been bijten…

We bezoeken een synagoge, maar ik ben gauw weer buiten, want op het pleintje voor de synagoge zie ik een vrouw met wel 5 katten, en maak ik liever een praatje in m’n ‘beste’ Russisch met haar. Ze vertelt me dat zij de synagoge schoon houdt en dat het haar katten zijn.

Het is maandagmorgen als we op weg gaan naar de Kaukasus met z’n ravijnen en haarspeldbochten. Goed dat we ’s morgens eerst een wijnproeverij doen, kunnen we ons moed in drinken. Georgië is van oudsher een wijnland. We krijgen een rondleiding door de wijnkelders van Chateau Mukhrani ,voormalig slot van de koninklijk familie, en proeven in de tuin van de heerlijke wijnen. Nee, chauffeur Levan mag van gids Nino geen wijntje… Hebben hier een heerlijke lunch van de meest bijzondere gerechten, veel ‘groenvoer’, rookkaas, champignons met kaassaus, aubergine met walnootpasta (de nationale lekkernij), chatsjapoeri een soort pizza van brood en gesmolten kaas dat bij geen enkele maaltijd ontbreekt, gerechtjes met vlees en daarbij natuurlijk wijn. Georgiërs eten 3x per dag warm en staat er keur aan gerechtjes op tafel.

We vervolgen onze route over de oude Georgische militaire weg – in de 19de eeuw aangelegd door de Russen voor vervoer van troepen – naar de wintersportplaats Gudauri. Maken een stop bij fort Ananuri, waarbinnen een klooster en 2 mooie kerken, prachtig aan een stuwmeer gelegen. Georgië telt veel kerken en kloosters, en de hoofddoek zit dan ook standaard in je tas. In de 2 dagen dat we hier zijn, ben ik al in 6 kerken geweest. Nee, gelovig ben ik niet, maar de iconen en de fresco’s vind ik altijd prachtig om te zien, meegekregen van de lessen kunstgeschiedenis op de MMS.

De volgende dag gaan we hoger de Kaukasus in, onze bus klimt moeizaam over de Jvari-pas (2395m) omhoog. Moeten af en toe wachten voor grote kuddes schapen die de weg oversteken. Overal zie je hokjes van tentzeil en borden met ‘halal’ langs de weg. Het blijkt dat Arabieren hier ’s winters massaal naar de sneeuw komen en hier dus halal schapenvlees kunnen eten.

Voor het 14de-eeuwse Gergeti-kerkje op 2170m hoogte en uitzicht op de besneeuwde Kazbec-top stappen we in Kazbegi over in 4WD’s. De touroperator had eigenlijk voor ons een wandeltocht van 5km klimmen naar het Gergeti-kerkje in petto….  Met een bloedgang scheuren de macho chauffeurs door haarspelbochten naar boven. Helaas werkt het weer niet mee, het miezert en blijft de Kazbec (5047m) in nevelen gehuld. Jammer, maar je krijgt nu eenmaal niet alles in je leven zoals je het graag zou willen. Ik hul me weer in mijn hoofddoek en ga het kerkje binnen, een mooie plek hier in de middle of nowhere om voor mijn dierbaren een kaarsje te branden…

We rijden verder door de Darjal kloof en kijken even bij de Russische grens (ja, en ook hier staat een kerk), waar ik tot m’n stomme verbazing een vrachtwagen met de naam Altenburg in de lange file zie staan. (zie foto Sylboade november)

Aan het eind van de dag rijden we terug naar ons hotel ‘Club 2100’ (ligt op 2100m) in Gudauri, waar we onder het genot van een lekker wijntje (à 1 euro!) terug kijken op een indrukwekkende dag. (volgende keer meer)

Mariet Swart

Heeg rond 1900

20 december 2019

in Verhalen

 

Wanneer je tegenwoordig naar Sneek wil, dan hoef je daar niet veel moeite voor te doen. Je gaat op de fiets of scooter of met het openbaar vervoer, taxi of eigen auto. Maar dat was rond 1900 toch wel minder makkelijk, want al die vervoermiddelen waren er toen nog niet. In 1890 was er een mogelijkheid om met een beurtschipper mee, maar dat was een zeilschip en ook geen passagierschip. Of je ging lopen dan moest men in Osingahuizen met een schouw worden overgezet en betalen want daar was toen nog geen brug. Of je kon ook met een rijtuig, of lopen naar Oudega W en daar de stoomtrein nemen. De oude Schatting was toen nog maar een boeren onverharde weg.

Toen er in 1900 een brug bij Osingahuizen over de Wijmerts kwam, werd het toch weer een beetje makkelijker en kon je met een rijtuig naar Sneek, maar dan moest er in Osingahuizen tol worden betaald 15 cent voor een retour, en dan over de straatweg naar Sneek, en was er voor Sneek ook een Tolhuis waar je 10 cent moest betalen voor het gebruik van de straatweg. Ik las dat er een vrachtrijder met een hondenkar met vier honden ervoor, en er soms duizend kilo mee vervoerde. Dat die kar rijder een nacht overbleef in Sneek omdat hij voor dat kwartje tolgeld dat hij daarmee bespaarde, zijn honden kon plaatsen en nog 8 broodjes kon kopen.

Maar dan lees ik in de map van verhalen van Hegemers van Heech fan Alds, dat er in 1920 door beurtschipper Reijinga een ijzeren stoomboot werd aanschaft waar ook passagiers in drie klassen konden meevaren. Dinsdag en woensdag naar Sneek en terug. Donderdag naar Leeuwarden en vrijdag terug. Drie klassen voorin in een heus passagier vertrek, of boven of beneden tussen de vervoerde vracht.

Een stoommachine daar had de schipper een machinist voor nodig, en dat werd Sjolle  (Sjolling) Westra. De gemeente Wijmbritseradeel had onder voorwaarden vergunning aan de beurtschipper verleend. Hoewel uit verkeersoogpunt hiertegen nogal wat bezwaren zouden zijn aan te voeren, wilden zij echter de schipper ter wille zijn, en gaven tot wederopzegging een vergunning voor een vaste ligplaats bij de Zijl. Wij rekenen erop dat door u ook zoo veel mogelijk zal worden meegewerkt om te voorkomen dat plaatsing van vrachtgoederen en karren het verkeer ter plaatse wordt belemmerd. De beurtdienst was van groot belang voor Heeg. Het slachtvee moest naar de slager, de bakkers moesten hun meel hebben. Had een gezin nieuwe kleren nodig, dan konden die opzicht met de beurtschipper meegegeven worden. Thuis werd er gepast en uitgezocht. De overige kleren gingen met de beurtschipper retour. Vaak ook moest de beurtschipper voor zijn klanten naar het gemeentehuis in Sneek om één of ander voor hen te regelen.

Ik las dat er op 6 juli 1890 een gereformeerd armenhuis werd geopend. Het kostersechtpaar werd met de leiding belast en moest ook zondags de paardenstalling verzorgen. Het armenhuis bood maximaal aan acht vrouwen onderdak. De eerste kostgangster was Hiltje Simonides. Voor 125 gulden per jaar had zij te eten, te drinken en een dak boven haar hoofd. Die vrouwen woonden boven, en breiden sokken, die sokken werden met een paling aak naar Londen gesmokkeld, die brachten daar een goede prijs op.

Ik las ook dat het ook wel eens niet goed ging bij de diaconie. Zo  las ik ook dat een  jongen, die door omstandigheden werd opgenomen in een armenhuis. Toen die jongen werkte moest hij zijn verdienste afdragen aan de diaconie. Die jongen is later met een schip misschien een paling aak naar Engeland vertrokken en gebleven om van de diaconie af te komen. En ook dat een bejaard echtpaar die afhankelijk waren van een gave van de diaconie, een stokoud krentenbroodje van een bakker had gekregen, en toen zij daarvan aten werden zij betrapt door een diaken, voor die luxe werden ze gekort op hun uitkering.

Een grote verbetering voor Heeg was die brug op Osingahuizen, dat gaf ondernemers kansen. Joh v/d Goot was zo één die omstreeks 1920 begon met een bus, een busdienst Heeg  Hommerts Sneek en terug. Maar ook de broers Tjitte en Bouke de Jong hadden een  bus en taxi  bedrijf op het Plein in Heeg waarvan Bauke als machinist bij de firma Lankhorst werkte, en Anne Kooistra als chauffeur bij Tjitte in dienst was.

In 1926 nam ondernemer Bote (Boate) Westra zoon van Sjolle Westra de machinist. Hij was 19 jaar toen hij het bedrijf van Joh v/d Goot overnam. Hij begon ook een busdienst. In 1932 kwam het tot een fusie firma Westra en Gebr. de Jong. Maar in Gaastmeer had Tsjirk Westra, geen familie, ook een busonderneming opgezet, van Gaastmeer Heeg Hommerts naar Sneek, dat was concurrentie. Maar door het overlijden van Tj. de Jong kwam het later tot een fusie met Mathijs   Westra, die  het bedrijf van zijn vader had overgenomen, onder de naam M. en B. Westra

Maar in de oorlog werden de busondernemingen in de zuidwesthoek gedwongen om samen in een maatschappij verder te gaan. En daardoor reed er toen een bus van maatschappij De Z.W. H. met een busdienst en conductrices door Heeg Gaastmeer en Oudega en Hommerts naar Sneek. Boate Westra behield zijn taxibedrijf en benzinepomp op het plein, maar moest voor de Duitsers wel een auto verstoppen in de oude drooghokken van palinghandelaar Visser. Westra kocht omstreeks 1957 café Lands Welvaren naast het taxibedrijf waar je toen ook een auto kon huren. Samen met vrouw en dochter maakten zij met een biljart centraal, en een ronde tafel voor het kaartspel, van Lands Welvaren een gezellig dorps café.

Foeke Kuiper

Aakpersoneel: Anne Fortuin, Pieter Hak en Jan de Leeuw, III

20 december 2019

Subtitel: schippers te Heeg; Pieter geh. met Akke, Jan geh. met Taedtje en Anne geh.  met Trijntje en Taedtje Huites van de Werf, drie zussen geboren en getrouwd te Heeg.    Anne Durks Vortuin, geb. 04-05-1852 te Ruigehuizen Gaasterl., 26 jaar oud  Bèstfeint wonende te Heeg, z.v. Durk Annes Fortuin en Baukje Klazes Teppema, huwt (1e) […]

Lees het volledige artikel →

Het was weer een mooie Spokentocht

18 december 2019

Spookachtig weer met warme wind, dreigende regenbuien en nevelige luchten. Onderweg echt miezerig spokenweer… De vrijwilligers van de organiserende clubs zetten voor deze Spokentocht weer hun beste beentje voor. Op de Eker was een spektakel over de Phantom of the Opera. De Phantom speelde zo hard op zijn orgel dat er grote wolken uit het […]

Lees het volledige artikel →

Aakpersoneel: Pieter Hak, Jan de Leeuw en Anne Fortuin II

26 november 2019

  Sub titel: schippers te Heeg; Pieter geh. met Akke, Jan geh. met Taedtje en Anne geh. met Trijntje en Taedtje Huites van der Werf, drie zussen geboren en getrouwd te Heeg Pieter Luitsens Hak, geb. 1853 te St.Annaparochie It Bildt, 24 j. Bèstfeint te Heeg, z.v. Luitsen Pieters Hak, Winkelier/Potschipper, en Baukje Wybrens Kuiper, […]

Lees het volledige artikel →

Efkes werom yn de tiid, nei 1825

25 november 2019

It bûtewetter streamde doe sterk út it súden wei tsjin de noardweste wyn yn, dat wie net gewoan. Der wie troch de stoarm in seedyk trochbrutsen fan de Súdersee yn 1825. Dat wisten de ynwenners hjir net. Want der wie doe gjin telefoan noch radio. It wetter kaam al mar heger, dan tink je wol […]

Lees het volledige artikel →

Hege Hakken in Heeg!

14 oktober 2019

Deze keer ben ik niet zover van huis. Eigenlijk alleen maar even de straat oversteken, zeg maar….Want ik ga praten met 2 zingende zusters, te weten Klaske Bosma en Nienke de Haas. Zij zijn samen de initiatiefneemsters die een dames koor hebben opgericht. En binnenkort bestaat dat koor 5 jaar. Nou, als dat geen goede […]

Lees het volledige artikel →

Hoe was het toen in Heeg?

14 oktober 2019

1938  vijf jaar was ik, toen wij kwamen wonen in Heeg no72, straatnamen waren er niet officieel. In de volksmond woonden we aan de oude wal , om dat er ook een kade was met een nieuwe wal. Ik was toen nog klein, maar Heeg ook, er waren maar een paar auto’s en een busverbinding […]

Lees het volledige artikel →

Einepykje ferjitten…?

17 september 2019

By myn fûgeldrinkbak is it altyd in gean en kommen fan ferskate fûgels, der wurdt ek hiel wat yn ôfbaaid. Myn âlde reade kat leit op 2 meter ôfstân en hat gjin striid om in fûgel te pakken. Op in moarn strykt der samar in grutte fûgel, in ein, del by de drinkbak, se stapt […]

Lees het volledige artikel →

Variations……

17 september 2019

Deze keer ga ik naar Akkrum. Daar woont Thom Zigterman, oud inwoner van Heeg en vandaag de dag componist van het nieuwe muziekstuk, geschreven voor het 100 jarig bestaan van Crescendo! Natuurlijk is het dan tijd voor een gesprekje! (zo kom je nog eens ergens!) Thom is behalve componist ook dirigent en arrangeur. Met het […]

Lees het volledige artikel →